Duurzame bevoorradingsketen | Leerplandoelstellingen

TSO Handel - Derde graad

LEERPLANDOELSTELLINGEN

Go! (2008/063)

Algemene doelstellingen:

De leerlingen dienen volgende vaardigheden te verwerven:

  • analytisch en kritisch vermogen;
  • hanteren van de documenten;
  • reken- en cijfervaardigheid;
  • sociale en communicatieve vaardigheden;
  • vaardigheid in het zien van details.

De leerlingen dienen volgende attitudes en vaardigheden te ontwikkelen en na te streven:

  • accuratesse: erop gericht zijn binnen de voorgeschreven tijd een taak nauwkeurig te voltooien;
  • leergierigheid: actief zoeken naar situaties om zijn competentie te verbreden en te verdiepen;
  • resultaatgerichtheid: gedreven naar het einddoel van de activiteit toewerken;
  • zelfstandigheid en zin voor initiatief: zelfstandig aan een taak kunnen werken en problemen durven aanpakken;
  • zin voor orde, netheid en nauwkeurigheid: erop gericht zijn nauwkeurig, net en met zin voor orde te werken;
  • zin voor samenwerking: willen bijdragen tot een leef- en werkomgeving als gemeenschap van mensen.

OVSG (0/2/2014/313)

  • LPD 60 Het belang van internationale handel kunnen toelichten.
  • LPD 104 Het begrip en het belang van ‘investeren’ kunnen omschrijven.
  • LPD 110 Een omschrijving kunnen geven van de logistieke sector en illustreren met concrete voorbeelden van bedrijven.
  • LPD 114 De logistieke keten schematisch kunnen weergeven.
  • LPD 117 Enkele aandachtspunten kunnen formuleren voor duurzame logistiek.
  • LPD 120 Op basis van criteria de voor- en nadelenvan de transportmodi in kaart kunnen brengen.
  • LPD 121 Aan de hand van een case kunnen onderzoeken op welke manier een product op de meest ideale manier verpakt/vervoerd kan worden van punt A naar punt B.
  • LPD 136 Aspecten van duurzaam ondernemen kunnen toelichten en toepassen in projecten. LPD 148 De keuze van de vestigingsplaats voor de onderneming kunnen verantwoorden

KOV (2017/13.758/005)

  • LPD 41 De noodzaak en de voordelen van internationale handel toelichten.
  • LPD 125 Elementen die de keuze van de vestigingsplaats bepalen opsommen en duiden vanuit praktische situaties.
  • LPD 221 Het begrip investeringen toelichten en indelen in soorten.
  • LPD 222 De troeven en zwakheden van het investeringsklimaat in België toelichten.

VAKOVERSCHRIJDENDE EINDTERMEN

STAM:

  • 1: lln brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk (communicatief vermogen).
  • 4: lln blijven, ondanks moeilijkheden, een doel nastreven (doorzettingsvermogen).
  • 8: lln benutten leerkansen in diverse situaties (exploreren).
  • 11: lln kunnen gegevens, handelwijzen en redeneringen ter discussie stellen a.d.h. van relevante criteria (kritisch denken).
  • 12: lln zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste keuze te maken.
  • 13: lln kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende invalshoeken.
  • 18: lln gedragen zich respectvol (respect).
  • 19: lln dragen actief bij tot het realiseren van gemeenschappelijke doelen (samenwerken).
  • 25: lln stellen kwaliteitseisen aan hun eigen werk en aan dat van anderen (zorgvuldigheid).

CONTEXT:

Context 4: Omgeving en duurzame ontwikkeling

  • 2: De leerlingen herkennen in duurzaamheidsvraagstukken de verwevenheid tussen economische, sociale en ecologische aspecten en herkennen de invloed van techniek en beleid.

Context 5: Politiek-juridische samenleving

  • 5: lln tonen aan dat het samenleven in een democratische rechtsstaat gebaseerd is op rechten en plichten die gelden voor burgers, organisaties en overheid.
  • 13: lln  geven voorbeelden die duidelijk maken hoe de mondialisering voordelen, problemen en conflicten inhoudt.

Context 6: Socio-economische samenleving

  • 4: lln hebben bij het kopen van goederen en het gebruiken van diensten zowel oog voor prijs-kwaliteit en duurzame ontwikkeling als voor de rechten van de consument.
  • 5: lln geven voorbeelden van het veranderlijke karakter van arbeid en economische activiteiten.
  • 6:  lln De leerlingen geven voorbeelden van factoren die de waardering van goederen en diensten beïnvloeden.
  • 9: lln lichten de rol toe van ondernemingen, werkgevers- en werknemersorganisaties in een nationale en internationale context.

LEREN LEREN

  • 3: De leerlingen kunnen diverse informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en raadplegen met het oog op te bereiken doelen.
  • 4: De leerlingen kunnen verwerkte informatie vakoverstijgend en in verschillende situaties functioneel toepassen.
  • 6: De leerlingen kunnen op basis van hypothesen en verwachtingen mogelijke oplossingswijzen realistisch inschatten en uitvoeren.
  • 7: De leerlingen evalueren de gekozen oplossingswijze en de oplossing en gaan eventueel op zoek naar een alternatief.

ASO Economie - Derde graad

LEERPLANDOELSTELLINGEN

Go! (2006/042)

Attitudes beroepshouding:

  • Zin voor samenwerking: willen bijdragen tot een leef- en werkomgeving als gemeenschap van mensen;
  • Leergierigheid: actief zoeken naar situaties om zijn competentie te verbreden en te verdiepen, zich door middel van actualiteit op de hoogte houden van nieuwe gegevens;
  • Resultaatgerichtheid: gedreven naar het einddoel van de activiteit toewerken;
  • Zelfstandigheid en zin voor initiatief: zelfstandig aan een taak kunnen werken en problemen durven aanpakken;
  • Ruime en actieve belangstelling tonen voor alle aspecten van economie, de theorie kunnen toetsen aan de werkelijkheid.

Naast de kennishouding moeten de leerlingen:

  • Zelfstandig problemen kunnen aanpakken door het aankweken van onder andere de volgende attitudes:
    • aanpassingsvermogen;
    • kritisch-ethische opstelling;
    • efficiëntie, productiviteit en zelfwerkzaamheid;
  • Zin voor afwerking, orde, netheid en nauwkeurigheid (ook op het vlak van talen);
  • Algemene belangstelling, breeddenkendheid en openheid;
  • Concentratievermogen, doorzettingsvermogen en beslissingsvermogen;
  • Kunnen luisteren, afspraken naleven;
  • Verantwoordelijkheidszin;
  • Zin voor objectiviteit, waarheid en eerlijkheid, rechtvaardigheid;
  • Zin voor bescheidenheid;
  • Bereidheid eigen fouten te verbeteren.

Bedrijfsbeleid:

  • LPD 1.3aantonen dat naast het winstprincipe een onderneming ook een verantwoordelijkheidsopdracht heeft m.b.t. zorg voor het milieu, klantgerichtheid en welbevinden van de werknemer;
  • LPD 1.4aantonen dat ondernemingen ook andere doelstellingen kunnen nastreven zoals ethisch en duurzaam ondernemen.
  • LPD 4.1het belang van een financieel plan aantonen en een eenvoudig financieel plan opstellen;
  • LPD 4.3aan de hand van een concreet voorbeeld een investeringsbeslissing op basis van verschillende methoden (terugverdientijd, gemiddeld rendement – ROI, netto contante waarde – NPV …) motiveren;
  • LPD 4.4de noodzaak van budgettering aantonen en de voornaamste aspecten weergeven.

Complementair gedeelte: bedrijfsbeheer

  • LPD 1.2.4.1 de keuze van een mogelijke vestigingsplaats motiveren;
  • LPD 1.2.4.2 de voor- en nadelen van een mogelijke vestigingsplaats beoordelen in een concrete situatie;
  • LPD 1.2.4.3 de voor- en nadelen afwegen bij het keuzeprobleem: kopen, leasen of huren van een onroerend goed;

OVSG (O/2/2006/298)

Bedrijfseconomie: de ondernemingen

  • LPD 26 Investeringsbeslissingen kunnen beoordelen.
  • LPD 27 Methodes kunnen beschrijven die ondernemingen toepassen om het productie- en voorraadbeleid te optimaliseren.
  • LPD 29 Kunnen aangeven welke rol het ondernemingsbudget vervult bij het ondernemingsbeleid en de voornaamste onderdelen van het budget kunnen weergeven.

KOV (D/2006/0279/051)

Algemene economie

Internationale economische betrekkingen

  • De leerlingen kunnen het ontstaan van internationale handel verklaren

Bedrijfswetenschappen

Ondernemen is toegevoegde waarde creëren

  • De leerlingen kunnen aantonen hoe bepaalde instrumenten (voorraadcontrole, just in time, teamwork, kwaliteitscontrole, etc.) en methodes kunnen aangewend worden om kosten en opbrengsten te optimaliseren.
  • De leerlingen kunnen de investeringen beoordelen in functie van de strategiekeuze.

Ondernemen is toegevoegde waarde verdelen

  • De leerlingen kunnen aantonen dat een onderneming naast een economische verantwoordelijkheid ook een sociale en ecologische verantwoordelijkheid draagt.

Ondernemen is prestaties evalueren

  • De leerlingen kunnen aantonen hoe het budget als controle-instrument kan gebruikt worden ter bewaking van de ondernemingsdoelstellingen.

VAKOVERSCHRIJDENDE EINDTERMEN

STAM:

  • 1: lln brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk (communicatief vermogen).
  • 4: lln blijven, ondanks moeilijkheden, een doel nastreven (doorzettingsvermogen).
  • 8: lln benutten leerkansen in diverse situaties (exploreren).
  • 11: lln kunnen gegevens, handelwijzen en redeneringen ter discussie stellen a.d.h. van relevante criteria (kritisch denken).
  • 12: lln zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste keuze te maken.
  • 13: lln kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende invalshoeken.
  • 18: lln gedragen zich respectvol (respect).
  • 19: lln dragen actief bij tot het realiseren van gemeenschappelijke doelen (samenwerken).
  • 25: lln stellen kwaliteitseisen aan hun eigen werk en aan dat van anderen (zorgvuldigheid).

CONTEXT:

Context 4: Omgeving en duurzame ontwikkeling

  • De leerlingen herkennen in duurzaamheidsvraagstukken de verwevenheid tussen economische, sociale en ecologische aspecten en herkennen de invloed van techniek en beleid.

Context 5: Politiek-juridische samenleving

  • 5: Lln tonen aan dat het samenleven in een democratische rechtsstaat gebaseerd is op rechten en plichten die gelden voor burgers, organisaties en overheid.
  • 13: lln  geven voorbeelden die duidelijk maken hoe de mondialisering voordelen, problemen en conflicten inhoudt.

Context 6: Socio-economische samenleving

  • 4: lln hebben bij het kopen van goederen en het gebruiken van diensten zowel oog voor prijs-kwaliteit en duurzame ontwikkeling als voor de rechten van de consument.
  • 5: lln geven voorbeelden van het veranderlijke karakter van arbeid en economische activiteiten.
  • 6: lln De leerlingen geven voorbeelden van factoren die de waardering van goederen en diensten beïnvloeden.
  • 9: lln lichten de rol toe van ondernemingen, werkgevers- en werknemersorganisaties in een nationale en internationale context.

LEREN LEREN:

  • 3: De leerlingen kunnen diverse informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en raadplegen met het oog op te bereiken doelen.
  • 4: De leerlingen kunnen verwerkte informatie vakoverstijgend en in verschillende situaties functioneel toepassen.
  • 6: De leerlingen kunnen op basis van hypothesen en verwachtingen mogelijke oplossingswijzen realistisch inschatten en uitvoeren.
  • 7: De leerlingen evalueren de gekozen oplossingswijze en de oplossing en gaan eventueel op zoek naar een alternatief.

STEM - TSO: Boekhouden-Informatica

LEERPLANDOELSTELLINGEN

GO!(2008/062) TV Toegepaste economie –Bedrijfseconomie

  • LPD 2.6.1 de keuze voor een vestigingsplaats bepalen en toelichten.
  • LPD 2.6.2 de voor- en nadelen afwegen bij het keuzeprobleem: kopen, leasen of huren van een onroerend goed.
  • LPD 2.6.4 verschillende distributiekanalen herkennen en enkele kenmerken opzoeken en toelichten.
  • LPD 4.2.1 de zwakke en sterke punten uit een marketingplan en een financieel plan afleiden.
  • LPD 4.2.2 de kansen en opportuniteiten uit een marketingplan en een financieel plan afleiden.

OVSG (0/2/2011/303) AV Economie

  • LPD 18  Het begrip ‘productie’ kunnen verklaren
  • LPD 19 Rol en evolutie van de productiefactoren kunnen bespreken.
  • LPD 20 Het begrip ‘productiviteit’ kunnen verklaren
  • LPD 20 De begrippen ‘markt’ en ‘prijs’ kunnen verklaren.
  • LPD 21De verschillende marktvormen kunnen aanduiden en met voorbeelden kunnen illustreren.
  • LPD 42 Het belang en de structuur van de wereldhandel kunnen aantonen.
  • LPD 43 Het belang en de structuur van de Belgische buitenlandse handel kunnen verklaren.

KOV (D/2013/7841/013) Bedrijfseconomie

  • LPD 29 Het begrip duurzaam ondernemen of maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) en de voordelen van duurzaam ondernemen toelichten aan de hand van voorbeelden uit de bedrijfswereld.
  • LPD 57 Toelichten dat het vaststellen van de prijs van het product afhankelijk is van elementen van interne en externe aard.
  • LPD 59 De kosten verbonden aan een vestigingsplaats analyseren.
  • LPD 103 De noodzaak van internationale handel toelichten.
  • LPD 153 De doelstellingen van het kostprijsbeleid formuleren.
  • LPD 154 Het onderscheid tussen directe en indirecte kosten, tussen vaste en variabele kosten toelichten en illustreren met voorbeelden.
  • LPD 155 De begrippen fabricagekostprijs en verkoopkostprijs verwoorden en illustreren met voorbeelden.

VAKOVERSCHRIJDENDE EINDTERMEN

STAM:

  • 1: lln brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk (communicatief vermogen).
  • 4: lln blijven, ondanks moeilijkheden, een doel nastreven (doorzettingsvermogen).
  • 8: lln benutten leerkansen in diverse situaties (exploreren).
  • 11: lln kunnen gegevens, handelwijzen en redeneringen ter discussie stellen a.d.h. van relevante criteria (kritisch denken).
  • 12: lln zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste keuze te maken.
  • 13: lln kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende invalshoeken.
  • 18: lln gedragen zich respectvol (respect).
  • 19: lln dragen actief bij tot het realiseren van gemeenschappelijke doelen (samenwerken).
  • 25: lln stellen kwaliteitseisen aan hun eigen werk en aan dat van anderen (zorgvuldigheid).

CONTEXT:

Context 4: Omgeving en duurzame ontwikkeling

  • 2: De leerlingen herkennen in duurzaamheidsvraagstukken de verwevenheid tussen economische, sociale en ecologische aspecten en herkennen de invloed van techniek en beleid.

Context 5: Politiek-juridische samenleving

  • 5: Lln tonen aan dat het samenleven in een democratische rechtsstaat gebaseerd is op rechten en plichten die gelden voor burgers, organisaties en overheid.
  • 13: Lln  geven voorbeelden die duidelijk maken hoe de mondialisering voordelen, problemen en conflicten inhoudt.

Context 6: Socio-economische samenleving

  • 4: Lln hebben bij het kopen van goederen en het gebruiken van diensten zowel oog voor prijs-kwaliteit en duurzame ontwikkeling als voor de rechten van de consument.
  • 5: Lln geven voorbeelden van het veranderlijke karakter van arbeid en economische activiteiten.
  • 6: Lln geven voorbeelden van factoren die de waardering van goederen en diensten beïnvloeden.
  • 9: Lln lichten de rol toe van ondernemingen, werkgevers- en werknemersorganisaties in een nationale en internationale context.

LEREN LEREN:

  • 3: De leerlingen kunnen diverse informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en raadplegen met het oog op te bereiken doelen.
  • 4: De leerlingen kunnen verwerkte informatie vakoverstijgend en in verschillende situaties functioneel toepassen.
  • 6: De leerlingen kunnen op basis van hypothesen en verwachtingen mogelijke oplossingswijzen realistisch inschatten en uitvoeren.
  • 7: De leerlingen evalueren de gekozen oplossingswijze en de oplossing en gaan eventueel op zoek naar een alternatief.

STEM - ASO: Economie-Wiskunde

LEERPLANDOELSTELLINGEN

Eindtermen Economie in alle netten:

Onderzoekcompetenties

De leerlingen kunnen:

  • zich oriënteren op een onderzoeksprobleem door gericht informatie te verzamelen, te ordenen en te bewerken
  • over een economisch vraagstuk een onderzoeksopdracht voorbereiden, uitvoeren en evalueren
  • de onderzoeksresultaten en conclusies rapporteren en ze confronteren met andere standpunten

Go! (Economie 2006/042)

Attitudes beroepshouding:

  • Zin voor samenwerking: willen bijdragen tot een leef- en werkomgeving als gemeenschap van mensen;
  • Leergierigheid: actief zoeken naar situaties om zijn competentie te verbreden en te verdiepen, zich door middel van actualiteit op de hoogte houden van nieuwe gegevens;
  • Resultaatgerichtheid: gedreven naar het einddoel van de activiteit toewerken;
  • Zelfstandigheid en zin voor initiatief: zelfstandig aan een taak kunnen werken en problemen durven aanpakken;
  • Ruime en actieve belangstelling tonen voor alle aspecten van economie, de theorie kunnen toetsen aan de werkelijkheid.

Naast de kennishouding moeten de leerlingen zelfstandig problemen kunnen aanpakken door het aankweken van onder andere de volgende attitudes:

  • Aanpassingsvermogen;
    • kritisch-ethische opstelling;
    • efficiëntie, productiviteit en zelfwerkzaamheid;
  • Zin voor afwerking, orde, netheid en nauwkeurigheid (ook op het vlak van talen);
  • Algemene belangstelling, breeddenkendheid en openheid;
  • Concentratievermogen, doorzettingsvermogen en beslissingsvermogen;
  • Kunnen luisteren, afspraken naleven;
  • Verantwoordelijkheidszin;
  • Zin voor objectiviteit, waarheid en eerlijkheid, rechtvaardigheid;
  • Zin voor bescheidenheid;
  • Bereidheid eigen fouten te verbeteren.

Bedrijfsbeleid

  • LPD 1.3 aantonen dat naast het winstprincipe een onderneming ook een verantwoordelijkheidsopdracht heeft m.b.t. zorg voor het milieu, klantgerichtheid en welbevinden van de werknemer;
  • LPD 1.4 aantonen dat ondernemingen ook andere doelstellingen kunnen nastreven zoals ethisch en duurzaam ondernemen.
  • LPD 4.1 het belang van een financieel plan aantonen en een eenvoudig financieel plan opstellen;
  • LPD 4.3 aan de hand van een concreet voorbeeld een investeringsbeslissing op basis van verschillende methoden (terugverdientijd, gemiddeld rendement – ROI, netto contante waarde – NPV …) motiveren;
  • LPD 4.4 de noodzaak van budgettering aantonen en de voornaamste aspecten weergeven.

Complementair gedeelte: Bedrijfsbeheer

  • LPD 1.2.4.1 de keuze van een mogelijke vestigingsplaats motiveren;
  • LPD 1.2.4.2 de voor- en nadelen van een mogelijke vestigingsplaats beoordelen in een concrete situatie;
  • LPD 1.2.4.3 de voor- en nadelen afwegen bij het keuzeprobleem: kopen, leasen of huren van een onroerend goed;

OVSG (O/2/2006/298)

Bedrijfseconomie: de ondernemingen

  • LPD 26 Investeringsbeslissingen kunnen beoordelen.
  • LPD 27 Methodes kunnen beschrijven die ondernemingen toepassen om het productie- en voorraadbeleid te optimaliseren.
  • LPD 29 Kunnen aangeven welke rol het ondernemingsbudget vervult bij het ondernemingsbeleid en de voornaamste onderdelen van het budget kunnen weergeven.

KOV (D/2006/0279/051)

Algemene economie

Internationale economische betrekkingen

  • De leerlingen kunnen het ontstaan van internationale handel verklaren

Bedrijfswetenschappen

Ondernemen is toegevoegde waarde creëren:

  • De leerlingen kunnen aantonen hoe bepaalde instrumenten (voorraadcontrole, just in time, teamwork, kwaliteitscontrole, etc.) en methodes kunnen aangewend worden om kosten en opbrengsten te optimaliseren.
  • De leerlingen kunnen de investeringen beoordelen in functie van de strategiekeuze.

Ondernemen is toegevoegde waarde verdelen:

  • De leerlingen kunnen aantonen dat een onderneming naast een economische verantwoordelijkheid ook een sociale en ecologische verantwoordelijkheid draagt.

Ondernemen is prestaties evalueren:

  • De leerlingen kunnen aantonen hoe het budget als controle-instrument kan gebruikt worden ter bewaking van de ondernemingsdoelstellingen.

VAKOVERSCHRIJDENDE EINDTERMEN

STAM:

  • 1: lln brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk (communicatief vermogen).
  • 4: lln blijven, ondanks moeilijkheden, een doel nastreven (doorzettingsvermogen).
  • 8: lln benutten leerkansen in diverse situaties (exploreren).
  • 11: lln kunnen gegevens, handelwijzen en redeneringen ter discussie stellen a.d.h. van relevante criteria (kritisch denken).
  • 12: lln zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste keuze te maken.
  • 13: lln kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende invalshoeken.
  • 18: lln gedragen zich respectvol (respect).
  • 19: lln dragen actief bij tot het realiseren van gemeenschappelijke doelen (samenwerken).
  • 25: lln stellen kwaliteitseisen aan hun eigen werk en aan dat van anderen (zorgvuldigheid).

CONTEXT:

Context 4: Omgeving en duurzame ontwikkeling

  • 2: De leerlingen herkennen in duurzaamheidsvraagstukken de verwevenheid tussen economische, sociale en ecologische aspecten en herkennen de invloed van techniek en beleid.

Context 5: Politiek-juridische samenleving

  • 5: Lln tonen aan dat het samenleven in een democratische rechtsstaat gebaseerd is op rechten en plichten die gelden voor burgers, organisaties en overheid.
  • 13: Lln  geven voorbeelden die duidelijk maken hoe de mondialisering voordelen, problemen en conflicten inhoudt.

Context 6: Socio-economische samenleving

  • 4: Lln hebben bij het kopen van goederen en het gebruiken van diensten zowel oog voor prijs-kwaliteit en duurzame ontwikkeling als voor de rechten van de consument.
  • 5: Lln geven voorbeelden van het veranderlijke karakter van arbeid en economische activiteiten.
  • 6: De leerlingen geven voorbeelden van factoren die de waardering van goederen en diensten beïnvloeden.
  • 9: Lln lichten de rol toe van ondernemingen, werkgevers- en werknemersorganisaties in een nationale en internationale context.

LEREN LEREN:

  • 3: De leerlingen kunnen diverse informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en raadplegen met het oog op te bereiken doelen.
  • 4: De leerlingen kunnen verwerkte informatie vakoverstijgend en in verschillende situaties functioneel toepassen.
  • 6: De leerlingen kunnen op basis van hypothesen en verwachtingen mogelijke oplossingswijzen realistisch inschatten en uitvoeren.
  • 7: De leerlingen evalueren de gekozen oplossingswijze en de oplossing en gaan eventueel op zoek naar een alternatief.

7 BSO

LEERPLANDOELSTELLINGEN

GO! en OVSG   Project Algemene Vakken (alle richtingen) (00-2017-008)

Domein problemen oplossen:

  • LPD 19: De leerlingen kunnen zelfstandig de essentie van een probleem vatten en omschrijven.
  • LPD 20: De leerlingen kunnen bij een probleem beïnvloedende factoren achterhalen, ze vervolgens volgens belangrijkheid rangschikken en de relaties ertussen aangeven.
  • LPD 21: De leerlingen kunnen voor een probleemstelling de meest geschikte oplossingsstrategie kiezen.
  • LPD 22: De leerlingen kunnen een planning opmaken en ze uitvoeren.
  • LPD 23: De leerlingen kunnen bij elke stap de gevolgde strategie evalueren en eventueel bijsturen.
  • LPD 24: De leerlingen kunnen het resultaat van het proces evalueren en de gevolgde strategie optimaliseren.
  • LPD 25: De leerlingen kunnen bij het oplossen van problemen rekening houden met comfort, veiligheid en hygiëne

Domein werken in teamverband: 

  • LPD 26: De leerlingen kunnen met het oog op een te bereiken doel over de aanpak, de taakverdeling en de verantwoordelijkheden van een groepsopdracht overleggen en onderhandelen.
  • LPD 27: De leerlingen kunnen zich bij een groepsopdracht constructief aansluiten bij een in team genomen beslissing.
  • LPD 28: De leerlingen kunnen de eigen taken van een groepsopdracht volgens afspraken uitvoeren.
  • LPD 29: De leerlingen kunnen de eigen bijdrage, zowel qua proces als qua product, tussentijds evalueren en eventueel bijsturen.
  • LPD 30: De leerlingen kunnen over de eigen bijdrage aan een groepsopdracht beknopt verslag uitbrengen en erover communiceren.
  • LPD 31: De leerlingen kunnen het groepsresultaat en de teamwerking bespreken met het oog op conclusies over de eigen interactievaardigheden.
  • LPD 32: De leerlingen kunnen empathie, loyauteit en wederzijds respect tonen.

Go! en OVSG Logistiek, studiegebied Handel  (00-2018-006)

Module1: Logistieke keten

  • LPD 1.1 Het begrip “logistiek” omschrijven.
  • LPD 1.2 Het belang van de logistiek voor de economie omschrijven.
  • LPD 1.3 De evolutie met betrekking tot de rol van de logistiek in de economie met concrete voorbeelden illustreren.
  • LPD 2.1 De logistieke keten (aankooplogistiek/inkooplogistiek, productielogistiek, distributielogistiek en retourlogistiek) schematiseren en met concrete voorbeelden illustreren.
  • LPD 3.1 De begrippen “inkooplogistiek”/“aankooplogistiek” omschrijven en met concrete voorbeelden illustreren.
  • LPD 3.2 Bepalende factoren die van invloed zijn op het inkoopproces zoals leverancierskeuze, transportmodi, incoterms, aansprakelijkheid … omschrijven en met concrete voorbeelden illustreren.
  • LPD 4.4 Het begrip “Just In Time” omschrijven en de invloed op de logistieke keten illustreren.
  • LPD 5.1 Het distributieproces schematisch voorstellen.
  • LPD 5.2 De verschillende logistieke bedrijven naar soort (distributiecentra, groothandelsbedrijven, groupagecentra, public warehouses, transportbedrijven …) opdelen.
  • LPD 5.3 Het onderscheid tussen productie- en distributiemagazijnen omschrijven en met concrete voorbeelden illustreren.

Module 3: Logistiek – veldwerk

  • LPD 1.1 De doelstellingen van de didactische uitstap formuleren.
  • LPD 1.2 In samenwerking met de leerkracht de didactische uitstap voorbereiden.
  • LPD 1.3 Verslag over de didactische uitstap uitbrengen.
  • LPD 1.4 De didactische uitstap evalueren in functie van de doelstellingen.

KOV PROJECT ALGEMENE VAKKEN (alle richtingen) (D/2014/7841/034)

Leerlijncluster: probleemoplossend denken

  • LPD 11: Zelfstandig een probleem onderkennen en omschrijven.
  • LPD 12: Zelfstandig een probleem analyseren:
    • beïnvloedende factoren achterhalen;
    • beïnvloedende factoren volgens belangrijkheid rangschikken;
    • relaties tussen de factoren aangeven;
  • LPD 13: Een gepaste oplossingsstrategie kiezen, plannen en uitvoeren.
  • LPD 14: De uitvoering, het proces en het resultaat van de gevolgde oplossingsstrategieevalueren, bijsturen en optimaliseren.
  • LPD 15: Bij het oplossen van een probleemrekening houden metmaatschappelijke en ethische normen zoals:
    • comfort;
    • veiligheid;
    • hygiëne;
    • privacy;
    • solidariteit;
    • respect;

Leerlijncluster: Individueel werk en groepswerk

  • LPD 16: Om een doel te bereiken, met een team overleggen en onderhandelen over:
    • aanpak;
    • taakverdeling;
    • verantwoordelijkheid
  • LPD 17: Als teamlid de eigen taken volgens afspraak realiseren.
  • LPD 18: Over eigen bijdrage, teamwerking, interactievaardigheden en groepsresultaat reflecteren.
  • LPD 19: De eigen bijdrage, de teamwerking, de interactievaardigheden en het groepsresultaat evalueren en bijsturen.
  • LPD 20: Over eigen bijdrage, teamwerking, interactievaardigheden en groepsresultaat verslag uitbrengen.

VAKOVERSCHRIJDENDE EINDTERMEN

STAM:

  • 1: Lln brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk (communicatief vermogen).
  • 4: Lln blijven, ondanks moeilijkheden, een doel nastreven (doorzettingsvermogen).
  • 8: Lln benutten leerkansen in diverse situaties (exploreren).
  • 11: Lln kunnen gegevens, handelwijzen en redeneringen ter discussie stellen a.d.h. van relevante criteria (kritisch denken).
  • 12: Lln zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste keuze te maken.
  • 13: Lln kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende invalshoeken.
  • 18: Lln gedragen zich respectvol (respect).
  • 19: Lln dragen actief bij tot het realiseren van gemeenschappelijke doelen (samenwerken).
  • 25: Lln stellen kwaliteitseisen aan hun eigen werk en aan dat van anderen (zorgvuldigheid).

CONTEXT:

Context 4: Omgeving en duurzame ontwikkeling

  • 2: De leerlingen herkennen in duurzaamheidsvraagstukken de verwevenheid tussen economische, sociale en ecologische aspecten en herkennen de invloed van techniek en beleid.

Context 5: Politiek-juridische samenleving

  • 5: Lln tonen aan dat het samenleven in een democratische rechtsstaat gebaseerd is op rechten en plichten die gelden voor burgers, organisaties en overheid.
  • 13: Lln  geven voorbeelden die duidelijk maken hoe de mondialisering voordelen, problemen en conflicten inhoudt.

Context 6: Socio-economische samenleving

  • 4: Lln hebben bij het kopen van goederen en het gebruiken van diensten zowel oog voor prijs-kwaliteit en duurzame ontwikkeling als voor de rechten van de consument.
  • 5: Lln geven voorbeelden van het veranderlijke karakter van arbeid en economische activiteiten.
  • 6: De leerlingen geven voorbeelden van factoren die de waardering van goederen en diensten beïnvloeden.
  • 9: Lln lichten de rol toe van ondernemingen, werkgevers- en werknemersorganisaties in een nationale en internationale context.

LEREN LEREN:

  • 3: De leerlingen kunnen diverse informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en raadplegen met het oog op te bereiken doelen.
  • 4: De leerlingen kunnen verwerkte informatie vakoverstijgend en in verschillende situaties functioneel toepassen.
  • 6: De leerlingen kunnen op basis van hypothesen en verwachtingen mogelijke oplossingswijzen realistisch inschatten en uitvoeren.
  • 7: De leerlingen evalueren de gekozen oplossingswijze en de oplossing en gaan eventueel op zoek naar een alternatief.