Bevoorrading groentewinkels | Leerplandoelstellingen

BSO Kantoor - Derde graad

LEERPLANDOELSTELLINGEN

Go! Kantoor 2008/030

  • LPD 1.1.1 het begrip logistiek omschrijven.
  • LPD 1.1.2 het begrip overslaglogistiek omschrijven en illustreren met concrete voorbeelden.
  • LPD 1.1.3 het begrip productielogistiek omschrijven en illustreren met concrete voorbeelden.
  • LPD 1.2.2 logistieke bedrijven naargelang hun taak (distributiecentra, groothandelsbedrijven, groepagecentra, public warehouses) onderscheiden.
  • LPD 1.5.1.1 de belangrijkste taken van een magazijnier (= behandelen van de goederenstroom) omschrijven.
  • LPD 1.5.2.1 de belangrijkste taken van een logistiek bediende (= beheren van de goederenstroom) omschrijven.
  • LPD 2.2 het belang van de magazijnafdeling illustreren.
  • LPD 2.3.1 de indeling van magazijnen volgens de plaats in de distributieketen herkennen en illustreren met voorbeelden.
  • LPD 2.4.1 de fasen in de goederenbehandeling (inslag, opslag, uitslag) onderscheiden.
  • LPD 2.4.2 de documentenstroom schetsen die ontstaat als gevolg van een goederenstroom.
  • LPD 3.1.1 het begrip minimumvoorraad omschrijven en toelichten hoe het bereiken van de minimumvoorraad wordt vastgesteld.
  • LPD 3.3.3 het belang van een grondige controle bij de ontvangst van goederen omschrijven.
  • LPD 5.1 de doelstellingen van de didactische uitstap formuleren.
  • LPD 5.2 in samenwerking met de leerkracht de didactische uitstap voorbereiden.
  • LPD 5.3 verslag over de didactische uitstap uitbrengen.
  • LPD 5.4 de didactische uitstap evalueren in functie van de doelstellingen.

OVSG Kantoor 0/2/2013/355

  • 34: Het begrip ‘logistiek’ kunnen omschrijven.
  • 35: Het logistiek proces aan de hand van een voorbeeld kunnen uitleggen.
  • 36: De schakels van de logistieke keten in de juiste volgorde kunnen plaatsen.
  • 37: Producten uit het dagelijks leven in de logistieke keten kunnen plaatsen.
  • 91: Aan de hand van voorbeelden de verschillende distributiekanalen kunnen toelichten.
  • 106: De verkochte voorraad kunnen controleren en terug kunnen aanvullen.

KOV Kantoor/Verkoop D/2013/7841/009

Basismodule Verkoop: retailmedewerker

Competentie 1: als retailmedewerker zelfstandig de goederen in ontvangst nemen, verwerken en presenteren in de winkel.

  • LPD 3 De voorraad opvolgen, tekorten vaststellen en bestellingen plaatsen.

Keuzemodule logistiek medewerker: leerplandoelstellingen

Competentie 1: als logistiek medewerker zelfstandig de goederen in ontvangst nemen en opslaan.

  • LPD 1.1 Het begrip logistiek en de logistieke keten toelichten.
  • LPD 1.2 De distributielogistiek toelichten en illustreren aan de hand van een schema.
  • LPD 1.3 De productielogistiek toelichten.
  • LPD 1.6 De beroepen in de logistiek toelichten.
  • LPD  2.6 De ontvangstcontrole toelichten en toepassen.

Competentie 2: Als logistiek medewerker zelfstandig de goederen verzamelen (orderpicking) en de goederen verzendklaar maken.

  • LPD 5.1.1 De orderverzamellijst toelichten en gebruiken.
  • LPD 5.5 Het stappenplan voor het verzamelen van een order volgens verschillende orderverzamelsystemen toepassen.
  • LPD 5.6 Aangeven hoe te handelen bij voorraadtekorten en beschadigde artikelen.

VAKOVERSCHRIJDENDE EINDTERMEN

STAM:

  • 1: Lln brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk (communicatief vermogen).
  • 4: Lln blijven, ondanks moeilijkheden, een doel nastreven (doorzettingsvermogen).
  • 8: Lln benutten leerkansen in diverse situaties (exploreren).
  • 12: Lln zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste keuze te maken.
  • 18: Lln gedragen zich respectvol (respect).
  • 19: Lln dragen actief bij tot het realiseren van gemeenschappelijke doelen (samenwerken).
  • 20: Lln nemen verantwoordelijkheid op voor het eigen handelen, in relaties met anderen en in de samenleving (verantwoordelijkheid).
  • 25: Lln stellen kwaliteitseisen aan hun eigen werk en aan dat van anderen (zorgvuldigheid).

CONTEXT:

Context 5: Politiek-juridische samenleving

  • 5: Lln tonen aan dat het samenleven in een democratische rechtsstaat gebaseerd is op rechten en plichten die gelden voor burgers, organisaties en overheid.

Context 6: Socio-economische samenleving

  • 5: Lln geven voorbeelden van het veranderlijke karakter van arbeid en economische activiteiten.
  • 6: Lln geven voorbeelden van factoren die de waardering van goederen en diensten beïnvloeden.
  • 7: Lln kunnen het eigen budget en de persoonlijke administratie beheren.

LEREN LEREN: 

  • 4: De leerlingen kunnen verwerkte informatie vakoverstijgend en in verschillende situaties functioneel toepassen.